
Hedwig van der Meer
Heel mijn leven heb ik Gods nabijheid ervaren, maar ik was ervan overtuigd dat ik perfect moest zijn en mezelf moest wegcijferen voor anderen. Ik wilde altijd doorzetten, mezelf verbeteren, alles op orde hebben en anderen niet tot last zijn. Ik geloofde dat ik zelf sterk genoeg was en alles kon dragen. In mijn streven naar perfectie, ging ik steeds weer onderuit. Op die momenten was ik heel hard voor mezelf. Schaamte begon meer en meer op mij te drukken. Ik raakte steeds vermoeider en ondanks al mijn werk aan mezelf bleef ik mezelf niet goed genoeg voelen. Niet goed genoeg voor God.
Toch bleef ik doorzetten, alleen. Steeds opnieuw zette ik mijn beste beentje voor, in de hoop het gevoel te krijgen goed genoeg te zijn. Maar het werd niet beter en ik kwam terecht in een situatie waarin mijn energie verder werd leeggezogen. Ik gaf alles om het beter te maken en begon me steeds kleiner en kleiner te voelen. Ik was uitgeput en mijn gevoel was afgestompt.
Op dat punt heeft God drastisch ingegrepen in mijn leven. Toen ik ten einde raad was en mijn vertrouwen vestigde op God, heeft Hij mij kracht gegeven en gered uit de situatie die mij bijna heeft gebroken. Door mijn eeuwige niet-opgeef-mentaliteit had ik dit zelf nooit gekund. God heeft mij door mijn naasten heen beschermd en een veilige omgeving geboden. God zorgde voor een snelle interne omslag. Het was alsof van het ene op het andere moment de mist in mijn hoofd was opgeklaard en God mij liet zien hoe de dingen werkelijk waren.
Ik voelde een overweldigende golf van liefde en dankbaarheid. Ik realiseerde dat God altijd zijn oog op mij heeft gehad en dat ik er nooit alleen voor heb gestaan. Ik heb geleerd dat ik het niet alleen kan en hoef te doen en dat ik de ander niet boven mezelf hoef te stellen tot het punt dat ik compleet voorbijga aan mezelf. Nu begrijp ik dat God onvoorwaardelijk van mij houdt. Hij heeft nooit van mij gevraagd om zelf een weg te banen of om perfect te zijn. Zelfs op momenten dat ik struikelde of afdwaalde, bleef Zijn liefde onveranderd.
God heeft altijd Zijn hand volledig naar mij uitgestoken. Het enige wat ik hoefde te doen, was naar Hem toe gaan. In Zijn ogen ben ik altijd Zijn geliefde kind geweest. Hij houdt van mij zoals ik ben. Bij God mag ik schuilen. Hij keert zich nooit van mij af. Hij geeft mij leiding, kracht, rust, zekerheid en liefde. Bij Hem is geen schaduw van ommekeer. In Zijn ogen ben ik altijd al genoeg geweest.
Ik leg mijn leven nu volledig en vol overgave in Gods handen. Ik wil voor altijd heel dichtbij Hem zijn.
Jezus zegt: “Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven” (Mattheüs 11:28).

